1cy Herring and Yellow-legged Gull/
1kj Zilver- en Geelpootmeeuw



Herring Gull - Zilvermeeuw - Larus argentatus

Herring Gull - Zilvermeeuw - Larus argentatus

1: © Ruud Altenburg, 04-12-05; 1cy Herring Gull/Zilvermeeuw. 2: © Ruud Altenburg, 03-12-05; 1cy Yellow-legged Gull/Geelpootmeeuw. Erasmusgracht, Amsterdam. Two difficult to identify and very similar birds. The Herring Gull is atypical for argenteus and possibly is from the Baltic argentatus population. Some of these individuals can be very similar to Yellow-legged Gull. Indeed, this bird has dark brown juvenile wing coverts, greater coverts showing hardly any barring (only some inner feathers), tertials lacking obvious notching and near-black primaries. The head pattern usually is not a very safe identification clue, but also this is not unlike most Yellow-legged Gulls: rather pale with a hint of an eye mask. The Yellow-legged Gull in 2 shows more or less the same features. However, there are a couple of important clues to consider. Yellow-legged Gulls normally hatch about one month earlier than Herring Gulls and therefore they should look more worn. Indeed if we compare the scapulars, the Herring Gull is less advanced: the rearmost scapulars still are juvenile feathers and the lowest two rows of feathers still show a buffy hue, indicating that these are relatively fresh. Compare this to the Yellow-legged Gull, which has replaced nearly all of its visible scapulars. (Also note that the patterns of the scapulars are virtually identical; in this respect the Yellow-legged Gull is somewhat atypical because usually the scapulars are paler and contrast well with the dark wing coverts.) Another important clue to check is the presence of second generation wing coverts or tertials: Herring Gulls only occasionally moult the odd wing covert or tertial, whereas 80-90% of the Yellow-legged Gulls moult one to many feathers. In this particular case, moult in tertials and coverts is not a useful feature, as the Yellow-legged Gull hasn't moulted any (note however that the innermost greater covert is missing). Another good feature is the tail bar, which usually is broad in Herring Gull and narrower and tapering in Yellow-legged Gull. The Herring Gull shows a very broad tail bar, whereas the Yellow-legged Gull clearly shows a tapering bar contrasting strongly with the white uppertail coverts. Furthermore, note the very subtle difference in shape of the head. Herring Gull has a more rounded head and generally shows a more "friendly" expression. One last (and usually the best) character to check is when the bird starts preening or takes off. Herring Gulls always show a pale window in the inner hand: P1-3(5) are plain pale grey with only a dark tip. In Yellow-legged Gull, this window is much less conspicuous because the outer webs of the inner primaries are dark. Twee lastig te herkennen en sterk gelijkende vogels. De Zilvermeeuw is atypisch voor argenteus en komt mogelijk uit de Baltische argentatus populatie. Sommige van deze individuen kunnen sterk lijken op Geelpootmeeuw. Deze vogel heeft inderdaad donkerbruine juveniele vleugeldekveren, grote dekveren die nauwelijks gebandeerd zijn (alleen enkele binnenste veren), nauwelijks gekartelde tertials en bijna zwarte handpennen. Het koppatroon is niet een echt goed kenmerk, maar ook dit lijkt op veel Geelpootmeeuwen: nogal licht met de aanzet van een oogmasker. De Geelpootmeeuw in 2 toont min of meer dezelfde kenmerken. Er zijn echter een aantal belangrijke kenmerken die nog nagelopen moeten worden. Geelpootmeeuwen komen gemiddeld een maand eerder uit het ei dan Zilvermeeuwen en zijn daarom meer gesleten. Als we de schouderveren vergelijken is de Zilvermeeuw inderdaad minder ver geruid: de achterste schouderveren zijn nog juveniel en de laagste twee rijen veren tonen een geelachtige tint die aangeeft dat ze relatief vers zijn. Vergelijk dit met de Geelpootmeeuw die vrijwel alle zichtbare schouderveren geruid heeft. (Merk ook op dat het patroon van de schouderveren practisch gelijk zijn; hierin is de Geelpootmeeuw wat atypisch omdat de schouderveren meestal lichter zijn en duidelijk contrasteren met de donkere dekveren.) Een andere belangrijke aanwijzing om te controleren is de aanwezigheid van tweede-generatie dekveren of tertials: Zilvermeeuwen ruien slechts sporadisch een enkele dekveer of tertial, terwijl 80-90% van de Geelpootmeeuwen een tot vele veren ruit. In dit specifieke geval is rui in de tertials of dekveren geen goede aanwijzing omdat de Geelpootmeeuw niets geruid heeft (let echter op de ontbrekende binnenste grote dekveer). Een ander goed kenmerk is de staartband, die veelal breed is in Zilvermeeuw en smaller en taps aflopend in Geelpootmeeuw. De Zilvermeeuw toont een brede staartband, terwijl de Geelpootmeeuw duidelijk een taps aflopende band laat zien die sterk contrasteert met de witte bovenstaartdekveren. Let verder ook op het subtiele verschil in kopvorm. Zilvermeeuw heeft een rondere kop met meestal een "vriendelijkere" uitdrukking. Een laatste (en meestal het beste) kenmerk om te controleren is wanneer de vogel zich poetst of wegvliegt. Zilvermeeuwen tonen altijd een licht venster in de binnenhand: P1-3(5) zijn geheel lichtgrijs met alleen een donkere top. Bij Geelpootmeeuwen is dit venster veel minder opvallend omdat de buitenvlaggen van de binnenste handpennen donker zijn.